|
|
Dicht bij de wolken
de ontdekking van het dakenlandschap Inge Bobbink De vorm van een dak werd oorspronkelijk door het klimaat en het voorhanden zijn vanbouwmaterialen bepaald. Zo kennen verschillende landschappelijke regio’s hun eigen bouwstijl, hierspreekt men van regionale architectuur. Veelal is daarbij het dak een beeldbepaald element. In Nederland werden tot in het begin van de twintigste eeuw veelal zadeldaken, afgedekt met rode ofzwarte dakpannen gebouwd. De pannen gebakken uit rivierklei, materiaal dat volop in de Deltaaanwezig is en het Hollandse weer trotseren kan.Door de opkomst van het Nieuwe Bouwen (zakelijk, abstracte bouwstijl), werd vanaf 1910 het plattedak, veelal bedekt met bitumen geïntroduceerd, functioneel en goedkoop. De afwerking van dezevijfde gevel speelde esthetisch gezien geen rol. Het dak werd onzichtbaar. De chique stadshuizenaan de Heemraadsingel in Rotterdam kennen een mengvorm van punt- en vlakdak. Derepresentatieve kant aan de singel heeft een stukje pannendak welk het huis hoger en statigermaakt. De achterkant van de diepe huizen zijn afgewerkt met een plat dak.
In de 80’er jaren wordt het dakniveau als nieuwe bebouwingslaag ontdekt. In oude stadswijkenworden tal van dakdozen (optoppingen) gebouwd. Hierdoor wordt het woningaanbod ruimer endiverse, maar draagt helaas niet bij aan de verfraaiing van de stad. Het bestaande bouwblok wordtvan zijn proportie beroofd, het straatprofiel verrommeld en in feite is het lege, platte dakvlak gewooneen verdieping verplaatst. Vanaf de jaren 90 vind er een ware explosie van hoogbouwprojecten,veelal kantoren in binnenstedelijk gebied plaats. De skyline, zoals die van Rotterdam wordt hetvisitekaartje van de stad. Vanuit de hoogbouw ontstaat letterlijk een andere kijk, ‘vanuit de hoogte’ ophet dakenlandschap. Deze vijfde gevel vraagt om inrichting, niet alleen vanwege het beeld maar ookvanuit een economisch motief. Het beschikbare grondoppervlak in de steden wordt steeds schaarseren duurder. Duizenden dakvlakken bieden nieuwe ruimte en kansen om de kwaliteit van het leven inde stad te verhogen.
Beperkend en daardoorkenmerkend voor bouwkundige toevoeging opof aan een bestaand gebouw is de technischeeis: lichte constructies en lichte materialen. Daktuinen en terrassen worden veelalingericht met planten in potten uitgerust metingenieus watersystemen om het paradijs ookbij afwezigheid te onderhouden.De ontsluiting naar het dak gebeurt in de meeste gevallen via de onderbouw, puntsgewijs enindividueel. Eenmaal boven ontstijgt men de stad en heeft men veelal een vrij uitzicht of doorzicht alsde buurpanden hoger zijn. De hemel ligt voor het grijpen en het licht is door de vrije ruimte meeraanwezig. Zonsopgang of -ondergang worden en dat midden in de stad onderdeel van de woonervaring.
Naast het private initiatief worden er ook plannen gemaakt om de daken van kantoren, grotewoonblokken en winkels toegankelijk te maken. Het Groothandelsgebouw een verzamelgebouw inRotterdam bied hun personeel een ruim dakterras om op mooie dagen te gaan wandelen, lunchen enelkaar te ontmoeten. In Tokyo, daar waar ruimte nog schaarster is, zie je dat luxe warenhuizen hundaktuinen als uithangbordje voor kwaliteit gebruiken. En in de Duitse stedebouw worden collectievedaktuinen ingezet om het leefklimaat en de luchtverontreiniging te verbeteren.Helaas zijn er in Nederland nog maar weinig voorbeelden van openbare daktuinen of parken. Een land dat weinig geld over heeft voor de inrichting van de openbare ruimte, denkt natuurlijk nog nietaan deze nieuwe ontginningslaag. Schetsen om bijvoorbeeld van een oude verhoogd spoortracéseen park te maken komen moeilijk van de grond en zo zijn er nog tal van andere voorbeelden tenoemen.
Ik zal willen pleiten om het dakenlandschap als kans te zien: om met het Hollandse reliëf te spelen,om aan de drukte van de stad te ontsnappen, nieuw programma te introduceren, een bijdrage aan hetstadsklimaat te leveren, om als belverdere te gebruiken om naar de sterren te kijken, om van deskyline te genieten, de wind te voelen, het opvangen en vasthouden van water mogelijk te maken,zonnepanelen te plaatsen en heel veel meer. Er is nog veel te ontdekken….. INGE Bobbink TU Delft Bouwkunde Leerstoel Landschapsarchitectuur Literatuur Inge Bobbink, Land in-zicht, een landschapsarchitectonische verkenning, SUN, 2005
» |
Nieuwe artikelen voor abonneesNieuwe forum berichtenOverige nieuwe items |






